Sprekende Cijfers Woningmarkten Q1 2026
Geschreven door ing. Sander Siegersma op 20 april 2026De Noord-Hollandse woningmarkt laat in het eerste kwartaal van 2026 een gemengd en steeds meer gedifferentieerd beeld zien. Uit de nieuwste editie van Sprekende Cijfers Woningmarkten van KRK Makelaars en Dynamis blijkt dat het aantal transacties per gemeente sterk uiteenloopt, terwijl het aanbod op meerdere plekken toeneemt. Prijsontwikkelingen blijven overwegend beperkt, maar de verschillen tussen gemeenten zijn duidelijk zichtbaar. De markt beweegt uiteenlopend, afhankelijk van nieuwbouw, aanbod en lokale vraag.
Normalisering na sterk einde 2025
‘Na een opvallend actief vierde kwartaal van 2025 zien we in het eerste kwartaal van 2026 een normalisering,’ zegt Sander Siegersma, partner bij KRK. ‘In sommige gemeenten worden records gehaald, in andere neemt het aantal transacties juist af. Nieuwbouw speelt daarin een sleutelrol, zowel als aanjager als rem.’ Daarmee verschuift de markt van een breed gedragen groei naar een meer gefragmenteerde ontwikkeling per regio.
Grote verschillen in verkoopdynamiek
De verschillen in verkoopdynamiek zijn groot. Hoorn noteert het hoogste aantal verkopen voor een eerste kwartaal sinds 2008, terwijl ook Almere en Dijk en Waard duidelijke groei laten zien. Daartegenover staan dalingen in onder meer Alkmaar, Haarlemmermeer en Castricum, waar het aantal transacties terugvalt door een beperkter aanbod en minder nieuwbouw.
Aanbod neemt weer toe
Het woningaanbod neemt in veel gemeenten weer toe. In Amsterdam groeide het aanbod met circa 19% tot ruim 4.500 woningen, terwijl ook Zaanstad, Haarlemmermeer en Wormerland duidelijke stijgingen lieten zien. 'Woningeigenaren zijn bereid hun woning te koop te zetten. Dat is positief nieuws voor kopers, al betekent meer aanbod niet automatisch meer betaalbaarheid in krappe segmenten,' zegt Siegersma.
Prijzen blijven binnen bandbreedte
De prijsontwikkeling blijft in de meeste gemeenten gematigd. In veel regio’s ligt de verandering van de vierkantemeterprijs tussen -2% en +3%. Amsterdam en Zaanstad blijven stabiel, terwijl Amstelveen en Diemen lichte dalingen laten zien. Castricum vormt een uitzondering met een stijging van 8%, ondanks een laag aantal transacties. ‘Schaarste blijft hier de dominante factor en vertaalt zich direct in hogere prijzen,’ aldus Siegersma.
Amsterdam: meer lucht in de markt
In Amsterdam wordt de balans tussen vraag en aanbod zichtbaarder. Het aantal transacties blijft stabiel rond de 2.680 woningen, terwijl het aanbod toeneemt. De gemiddelde verkoopprijs bedraagt circa €565.000 en de vierkantemeterprijs blijft vrijwel gelijk. ‘De markt krijgt iets meer lucht,’ zegt Siegersma. ‘Woningen worden nog steeds snel verkocht, maar kopers hebben meer ruimte om te vergelijken en strategischer keuzes te maken.’
Nieuwbouw bepaalt het tempo
Nieuwbouw blijft een bepalende factor in de markt. In gemeenten als Dijk en Waard en Haarlemmermeer bestaat een groot deel van het aanbod uit nieuwbouwwoningen, vaak appartementen. Dit zorgt voor extra transacties, maar ook voor druk op de prijsontwikkeling in dat segment. ‘Nieuwbouw creëert beweging,’ zegt Siegersma, ‘maar het aanbod blijft scheef: appartementen domineren, terwijl eengezinswoningen schaars zijn.’
Structurele krapte blijft voelbaar
In kleinere gemeenten blijft de krapte structureel aanwezig. In plaatsen als Castricum, Oostzaan en Wormerland worden woningen snel verkocht en reageert de markt direct op nieuw aanbod. ‘Deze markten zijn eigenlijk nooit ontspannen geweest,’ aldus Siegersma. ‘Elke woning wordt snel opgenomen. Dat maakt het aantrekkelijk voor doorstromers en woningzoekers uit de stad, maar het aanbod blijft beperkt.’
Lokale verschillen worden doorslaggevend
Tot slot worden de verschillen tussen gemeenten steeds bepalender. Waar Haarlem en Hoorn sterke cijfers laten zien, blijven andere gemeenten achter. ‘De woningmarkt ontwikkelt zich niet langer als één geheel,’ besluit Siegersma. ‘Lokale factoren zijn doorslaggevend. De cijfers geven richting, maar het echte verhaal zit in de verschillen per gemeente. En die worden alleen maar groter.’
